Zambia

 

Zuid-Afrika

Reisverhalen Home

Zuid-Oost Afrika Home
Voorbereidingen
Wildlife
Landen Info
Tips
Reisverhaal
Nabeschouwing
Zuid-Oost Afrika Links


Gastenboek
Home

Baby
Fotografie
Trouwreportages
Dagje uit
Recepten
Bruiloft

  Feiten | Geschiedenis | Cultuur | Religie | Kunst | Omgeving | Eten en drinken

zambia

kaart zambia

Feiten

Oppervlakte - 752.614 km²
Hoofdstad - Lusaka
Talen - Engels, Bemba, Lozi, Nyanja en Tonga
Munteenheid - Kwacha
Inwoners - 11,5 miljoen

Geschiedenis

Slavenhandel en de eerste Europeanen. De Portugezen waren de eerste Europeanen die in Zambia kwamen. Rond 1790 2 groepen kwamen vanuit Angola en en vanuit Mozambique het land binnen. De Portugezen volgden globaal de routes die eerder de Swahili-Arabieren ook gemaakt hadden voor de slavenhandel. De slavenhandelaars werden geholpen door de stamhoofden en brachten vele slaven van Zambia naar Zanzibar om van daaruit verder verhandeld te worden. De grote migratie in Zuid-Afrika in 1820 had ook invloed op Zambia: zuidelijke stammen werden verdreven naar het noorden door zuidelijkere stammen. In 1855 bereikte Livingstone de Victoria watervallen. Hij was tegen de slavenhandel en wilde het Christendom introduceren. Hij trok ook andere missionarissen aan. Cecil John Rhodes speelde hierop in en zijn BSAC claimde het gebiedrond 1890. Hij hielp de Britten om de slavernij terug te dringen en verdere invasie van de Portugezen te voorkomen.

Het koloniale tijdperk. De geschiedenis van Zambia in de 20e eeuw is voor een groot deel bepaald door de BSAC. In 1911 werd Noord-Rhodesië gevormd met Livingstone als hoofdstad. Tegelijkertijd werd er door de Europeanen koper ontdekt. De oorspronkelijke bewoners die daar al mijnen hadden werden verdreven. In 1924 viel de kolonie direct onder Britse heerschappij en in 1935 werd Lusaka de hoofdstad. De oorspronkelijke bewoners wilden zich minder afhankelijk maken van Groot-Brittannië en sloten daarom nauwe banden met Zuid-Rhodesië en Nyasaland (Malawi). Pas in 1953 kwam dit tot een verbond.

Nationale weerstand. Het Afrikaans nationalisme werd steeds sterker in de regio. De United National Independence Party (UNIP) werd eind jaren 50 opgericht door Dr Kenneth Kaunda. In de jaren 60 kregen steeds meer Afrikaanse landen hun onafhankelijkheid en Zambia bood ook steeds meer weerstand tegen de Europeanen. Er kwamen demonstraties, bekend als de Chachacha Rebellion. Het verbond viel in 1963 uiteen en Noord-Rhodesië werd het jaar erop onafhankelijk. De naam werd veranderd in Zambia. Het geld dat de kolonisten verdiend hadden in Zambia, investeerden ze in Zuid-Rhodesi¨ (nu Zimbabwe).

Onafhankelijkheid. Na de onafhankelijkheid kreeg Zambia een meerpartijdige democratie. Kaunda werd de eerste Republikeinse president. Een andere grote partij was de ANC o.l.v. Nkumbula. Kaunda hield alleen niet van concurrentie. Hij verbood daarom in 1972 de ANC, maakte van de UNIP de enige legale partij en was zelf de enige presidentskandidaat. Kaunda bleef nog 27 jaar aan de macht. De basis van zijn beleid was een mix tussen het Marxisme en Afrikaanse waarden. Privé-ondernemingen werden genationaliseerd. Corruptie en wanbeleid, versterkt door de daling van de koperprijs, maakte Zambia tot een van de armste landen. De economie bleef instorten en handelsroutes werden afgesloten.

De jaren 80. Twee gebeurtenissen zouden een positieve invloed op de economie van Zambia kunnen hebben: de onafhankelijkheid van Rhodesië (en werd Zimbabwe) en de spoorlijn naar Tanzania werd afgerond. Echter, Zambia bleef op het randje van de afgrond. Buitenlands investeringsgeld raakte op, er was een ernstig tekort aan voedsel en brandstof, en criminaliteit en werkloosheid stegen enorm. In 1986 probeerde Zambia er weer ovenop te komen en kreeg geld van het IMF. De bestedingen werden nauw in de gaten gehouden enhet IMF verbood sunsidies op voedsel en de prijzen van voedsel stegen. Er ontstonden opstanden en Kaunda daarop herstelde de subsidies weer.

Omslagpunt. In 1990 kwamen er weer opstanden tegen de voedselprijzen. Hierop steeg de behoefte aan een multipartijdige regering. Kaunda werd hiertoe gedwongen door de bevolking. In 1991 werden er verkiezingen uitgeroepen. De UNIP werd verslagen door de Movement for Multiparty Democracy (MMD) onder leiding van Frederick Chiluba, een voormalige vakbondleider. Hij stimuleerde buitenlandse investeringen en leningen van het IMF en de Wereldbank. Soberheid moest de maat worden. Alleen de voedselprijzen stegen voor de zoveelste keer. De staatsbedrijven werden geprivatiseerd en velen verloren hun banen. Halverwege de jaren 90 kwam Kaunda weer ten tonele omdat hij geen verandering zag. Hij kreeg steun en werd weer leider van de UNIP. Tegen de verkiezingen aan raakte de MMD in paniek en maakte een nieuwe wet dat mensen met buitenlandse ouders niet tot de politiek konden toetreden. De ouders van Kaundi kwamen uit Malawi. Er kwam weerstand uit het Westen en van Mandela. Beschuldigingen dat de ouders van Chiluba uit Zaïre kwamen, hielpen niet. De UNIP trok al zijn kandidaten terug en de bevolking boycotte de verkiezingen. De MMD won dus en dit werd heel vreemd ook nog door de meeste Zambianen geaccepteerd. In 1997 was er een couppoging en Chiluba riep de noodtoestand uit. Veel leden van de oppositie werden gearresteerd. Kaunda werd onder huisarrest geplaatst tot 1998.

Zambia in de 21e eeuw. De politieke onrusten bleven voortbestaan. Vice-President Christon Tembo werd uit het parlement gezet door Chiluba en vormde hierop een oppositiepartij: Forum for Democratic Developement (FDD). Paul Tembo kwam bij de partij, maar werd vermoord toen hij een MMD wilde aanklagen voor corruptie. Chiluba mocht niet voor een derde termijn president worden en benoemde zijn voormalige vice-president Levy Mwanawasa tot zijn opvolger. De MMD werd beschuldigd van omkoperij, Mwanasawa probeerde populair te worden door Chiluba te beschuldigen van duistere zaken. In 2005 werd de staatsschuld kwijtgescholden. Zambia is nog steeds arm, hoewel er een kleine middenklasse ontstaat. De kopermijning gaat weer goed en de huidige koperprijzen hebben er ook voor gezorgd dat de munt weer meer waard wordt. Zuid-Afrika investeert in Zambia. Tegelijkertijd is Zambia duurder geworden voorde toeristen.

Cultuur

Nationaal gevoel. De prevalentie van HIV is meer dan 35%. Inwoners beseffen zich deze problematiek steeds meer en laten zich vaker testen. De trend samenwonen zonder te trouwen wordt ook groter en veel Zambianen voelen dit als een bedreiging. Verder speelt voetbal ook een grote rol in de samenleving.

Dagelijks leven. HIV heeft een groot impact op het dagelijks leven. Veel kinderen zijn wees en leven daarom op straat. De gemiddelde levensverwachting is 33 jaar. 45% van de Zambianen leeft in de stad. Steden zijn overbevolkt. Cholera is een probleem tijdens het regenseizoen. Arbeiders werken bijna 7 dagen per week voor een zeer mager loon. Op het platteland is er niet veel gebeurd qua ontwikkeling. Geloof en landbouw is er erg belangrijk.

Bevolking. Zambia is één van de dunst bevolkte landen van Afrika. De meeste inwoners wonen in de steden. Huwelijken tussen verschillende stammen komen voor. Er is nauwelijks rivaliteit tussen de stammen. Er zijn 73 stammen.

Migratie. De meeste Europeanen hebben het land al verlaten. Degenen die er nog zijn, zijn of boer of zakenlieden. Indiase en Pakistaanse mensen wonen er ook. Er komen steeds meer Zuid-Afrikanen naar Zambia voor de zakenwereld. Zimbabwanen komen naar Zambia omdat Mugabe hun het land heeft afgepakt.

Religie

75% van de bevolking is Christen, 24 Moslim of Hindoestaan en 1% is animist. Kerken spelen een belangrijke rol in de steun aan HIV-geïfecteerden.

Kunst

Dans. De traditionele dans is de masishi: dansende mannen met maskers. De dans wordt bij veel feestelijkheden uitgevoerd.

Muziek. Elke stam heeft zijn eigen muziekstijl. De drum speelt vaak een rol. De jongeren houden veel van reggae.

Omgeving

Het land. De vorm van Zambia is bepaald door het koloniale verleden. Het is een groot land dat grotendeels op een plateau ligt. De Zambezi is de langste rivier en komt uit in de Victoria watervallen.

Wildlife. Het landschap van Zambia is divers en heeft zeer veel water. Daardoor is de diversiteit aan dieren zeer groot. In het water komen veel krokodillen en nijlpaarden voor. Op de graslanden kun je veel hoefdieren vinden. Er zijn zeer veel antilopensoorten. Deze dieren trekken roofdieren aan, zoals leeuwen, luipaarden, hyena's en cheetahs. Er leven ook zeer veel buffels en olifanten in Zambia. Er komen 750 vogelsoorten voor.

Nationale parken. Zambia heeft 19 nationale parken en reservaten, maar door mismanagement zouden de meeste zo niet mogen heten. 4 parken zijn echter wel goed: South Luangwa, Lower Zambezi, Kafue en Mosi-oa-Tunya. Privé-investeringen zorgen voor behoud van andere parken.

Problemen. Omdat Zambia dunbevolkt is, is er niet heel veel dreiging van de bevolking op de natuur. Echter, rondom de steden zie je wel degelijk effect in de vorm van ontbossing. In de jaren 70 en 80 was er niet veel wild, maar toen ging de regering beseffen dat toerisme een grote bron van inkomsten is. Enkele parken zijn gezond, maar er is nog veel te doen in de overige gebieden. Het toerisme heeft ook een keerzijde: er worden veel lodges gebouwd en de Zambezi wordt druk bevaren door cruiseschepen.

Eten en drinken

Het nationale gerecht is nshima: een soort maïspap in combinatie met groenten of vlees. In de steden kun je ook Westers eten krijgen, maar goedkoop eten is vooral gefrituurd en fantasieloos. Koffie, thee, frisdrank en water is overla goed te verkrijgen en is goedkoop. Van het bier is Mosi het lekkerst. Er wordt ook maïsbier verkocht.

Naar boven