Zuid-Afrika |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Zuid-Afrika
![]()
![]()
Zuid-Afrika Home
![]()
![]()
![]() |
![]()
![]()
Feiten
Hoofdstad - Pretoria (regering), Kaapstad (parlement) en Bloemfontein
GeschiedenisPrehistorie. Vlakbij Johannesburg is een menselijk skelet gevonden van 3,5 miljoen jaar oud. Echter, pas in de periode na de ijzertijd is er wat meer bekend over de vroegere bewoners van Zuid-Afrika. Europese verkenningstochten. Door de opkomst van de Islam in de 15e eeuw werden de Spanjaarden en Portugezen gedwongen om een andere vaarroute te zoeken naar Zuid-Oost Azie. In 1487 kwam Barthelomeu Dias bij een kaap, die hij Cabo da Boa Esperanca noemde. In 1498 was Vasco da Gama de eerste die om de Kaap heen voer. De kaap heet nu Kaap de Goede Hoop. De Europeanen waren weinig geinteresseerd in het gebied vanwege vijandige houding van de inwoners en het gevaarlijke weer bij de kusten. Ze gebruikten het alleen als plaats om vers water te krijgen. In de 16e eeuw begonnen Engelsen en Nederlanders naar het gebied te komen op doorreis naar Azië. Ze gebruikten de kaap als dumpplaats voor personen die aan scheurbuik waren overleden. Door een schipbreuk in 1647 waren de Nederlanders gedwongen om zich een jaar te vestigen bij de Tafelbaai totdat ze gered werden. De VOC besloot toen dat er een permanente vesting moest komen om de schepen te repareren en om aan vers voedsel te komen. In 1652 bereikte een VOC expeditie onder leiding van Jan van Riebeeck de Tafelbaai. Europeanen op de Kaap. De handel met de Khoikhoi stam kwam op gang, hoewel het contact nog moeizaam was. Daarom was er een tekort aan arbeiders. Jan van Riebeeck loste dit op door slaven te kopen in Mozambique, Madagaskar en Indonesie en door (blanke) midden-klasse mensen (burghers) eigen boerderijen te laten opzetten. Echter, ze bleven altijd onder toezicht van de VOC. De landbouw ging zo goed, dat er een overschot onstond. Als reactie hierop stopten veel boeren. In 1688 kwamen 150 Franse Hugenouten naar de kaap en mengden zoch in de populatie. De Boeren. Een groep Burghers kon zich aan het oog van de VOC onttrekken en ging verder landinwaarts. Deze groep zwervende boeren werden de Trekboeren genoemd. Ze bouwden kleine dorpjes, ver van de andere Europeanen. Hun levenstijl ging steeds meer lijken op die van de Khoikhoi. Ze maakten niets mee van de Europese intellectuele ontwikkelingen. De Khoikhoi en San. De Europeanen kwamen steeds meer in aanraking met de inheemse volkeren (Khoikhoi (Hottentotten) en San (Bosjesmannen), ofwel Khoisan). De Khoisan werden verdreven en kregen ziekten die de Europeanen mee hadden gebracht. Ze verloren de strijden altijd vanwege slechtere wapens. Dit ging zo tot in de 19e eeuw door. De Europeanen lieten ze als slaven werken. De Khoisan mengden zich met de geimporteerde slaven. De nakomelingen vormen de basis van de hedendaagse gekleurde bevolking. Een Khoikhoi stam, de Griqua, leerde met wapens en paarden werken. Rond 1770 trokken ze richting Kimberley. Ze kwamen in contact met andere Khoisan stammen en blanke avonturiers. Ze vormden een sterke militaire groep en stichtten Griqualand. De Britten vielen het in 1871 binnen. De Boeren kwamen in contact met andere stammen. In 1779 leidde dit tot een oorlog met de Xhosa stam, de eerste van de 9 Kafferoorlogen. Komst van de Britten. In 1795 verminderde de Nederlandse macht, doordat de VOC niet voldoende toezicht kon houden op de groeiende populatie. De Britten kwamen toen om te voorkomen dat de Fransen Kaapstad in zouden nemen. In 1803 werd Kaapstad weer teruggegeven aan de Nederlanders. Maar tijdens de oorlogen van Napoleon wilden de Britten Kaapstad weer beschermen tegen de Fransen. In 1814 wonnen de Britten de strijd om Kaapstad van de Nederlanders. Vanaf nu hadden de Britten er de macht. De kolonisten. De Boeren bezaten de westoever van de Grote Vis rivier en de Xhosa de oostoever. Ze leefden van veehouderij. Continu waren ze in strijd met elkaar in het kustgebied, Zuurveld. Britse kolonisten wilden het land gebruiken voor de landbouw om de vete te sussen, maar het gebied was ongeschikt. De Britten trokken zich terug uit het gebied en leefden van de handel. Zo ontstond Grahamtown. Er waren 2 groepen blanken te onderscheiden, die geheel onafhankelijk van elkaar leefden: de Britten (stedelingen, handelaren) en de Boeren (landbouw). Voor de komst van de Britten hadden andere kolonisten gezorgd voor rechten voor de Khoisan, maar de Britten vonden zichzelf superieur. Het racisme werd erger. In 1833 werd de slavernij afgeschaft, maar in 1841 kwam er een wet die de macht van de blanken sterker maakte. De Britse kolonie werd steeds groter en dat was te merken aan de groeiende wreedheid ten opzichte van de Xhosa. De Difaqane. Dit is een periode waarin de inheemse bevolking erg lijdt onder de macht van de kolonisten. De Nguni stammen verzamelden zich in een militaire staat onder leiding van Dingiswayo. Hij stierf in 1818 en werd opgevolgd door Shaka uit de Zulu stam. Shaka breidde het leger uit. Hele stammen werden uitgemoord en vielen op den duur zelfs elkaar aan. Er waren veel vluchtelingen. De Swazi en Basotho stammen namen de vluchtelingen op en groeiden uit tot een land. De Boeren, bezig met hun Grote Trek, zagen verlaten gebieden en overblijfselen van plunderingen. Ze dachten dat dit normaal was en dat het de taakvan de Europeanen was om er steden te stichten. In 1828 werd Shaka vermoord door zijn halfbroers Dingaan en Umhlanga. Dingaan werd koning en verminderde de militaire macht. Hij wilde vriendschap sluiten met de Britten, maar het leek erop dat de Zulu's hun onafhankelijkheid waren verloren. De Grote Trek. Vanaf 1820 had een groep Boeren genoeg van de Britten en waren op zoek naar vrijheid. De Grote Trek begon pas echt na de afschaf van de slavernij in 1833. De Britten wilden gelijkheid voor alle rassen, maar de Boeren bleven zichzelf superieur vinden. De slaven kwamen hiertegen in opstand. Voorbij de Oranjerivier vonden de Boeren een gebied met voldoende mogelijkheden voor veehouderij. De oorspronkelijke bewners van het gebied boden weinig weerstand, omdat ze niet over de juiste middelen beschikten. De strijd van de Bloedrivier. De eerste stop van de Grote Trek was bij Thaba 'Nchu, waar een republiek werd gesticht. Na een meningsverschil gingen sommigen (Retief, Maritz en Uys) door naar Natal en andere naar Winburg en Potchefstroom en later Transvaal. In 1837 wilde Retief bij de Drakensbergen ene republiek stichten. De Zulu koning Dingaan stemde in, maar dit was een valstrik. Na het tekenen van het verbond, moordden de troepen van Dingaan de hele groep van Retief uit. Ook andere Boer dorpen werden aangevallen. In 1838 nam Andries Pretorius wraak op de Zulu's. Vanwege de bloedige strijd bij de rivier Ncome, werd de rivier de Bloedrivier genoemd. De Boeren waren nauwelijks gewond, terwijl 3000 Zulu's de dood vonden. De dag van de aanval werd tot 1994 de Dag van de Eed genoemd, erna de Dag van de Verzoening. Toen de groep weer verder trok, kwamen ze de resten van Retiefs groep tegen. Toen beschouwden ze Natal definitief als een vesting van de Boeren. In 1843 annexeerde de Britten de republiek, waardoor de meeste Boeren verder noordelijk trokken, waardoor een nog grotere haat onstond tegen de Britten. De Boerenrepubliek. Overal verschenen kleine Boeren republieken, maar de meesten verdwenen weer snel. De enige serieuze republieken die over bleven waren Oranje Vrijstaat en Transvaal. Transvaal lag afgelegen genoeg om veilig te zijn, maar Oranje Vrijstaat lag dicht bij Basotholand. Vanaf 1838 was het nog steeds onrustig. Zowel de Boeren als de inheemse bevolking wilden land en vrijheid. De Britten hadden vrede gesloten met veel stammen met wie de Boeren in conflict waren. De Britten voelden zich genoodzaakt om de vrede te bewaren. Uiteindelijk bevrijdden de Britten Oranje Vrijstaat en Basotho van de onderlinge oorlog. In Transvaal waren veel burgerorlogen en Paul Kruger maakte hier in 1864 een einde aan. Ontdekking van diamanten. Het leek erop dat de rust was gekeerd. In 1869 werden bij Kimberley diamanten ontdekt. Het gebied behoorde tot de Griqua stam, maar zowel Oranje Vrijstaat als Transvaal claimden het. De Britten grepen snel in en hielden toezicht op het gebied. Zowel Europeanen als andere inheemse stammen trokken naar het gebied en gemengde steden ontstonden. De Boeren werden verdrongen en hadden geen economisch voordeel van de mijnen. Toen er in Transvaal goud werd gevonden, vreesden de Britten opnieuw voor verstoring en namen in 1877 Transvaal in. De Anglo-Boeren oorlogen. In Transvaal kwam men in opstand en de eerste Anglo-Boerenoorlog, ookwel bekend als de Oorlog van Onafhankelijkheid, brak uit in 1880. Al in 1881 hadden de Boeren de overwinning opgeeist. Het gebied kreeg opnieuw zijn onafhankelijkheid met het uitroepen van de staat Zuid-Afrikaansche Republiek (ZAR). In 1883 werd Paul Kruger, die pleitte voor onafhankelijkheid, president. De Britse koningin Victoria wilde een federatie van alle republieken, maar de Boeren waren een groot obstakel. Door de ontdekking van goud en de groei van Johannesburg waren er in ZAR zeer veel buitenlanders. Johannesburg groeide uit tot een grote stad met handel, maar geen enkele Afrikaan speelde hierin een rol. Kruger wilde de rust handhaven door de buitenlanders wel belasting te laten betalen, maar geen kiesrecht te geven. De Britten wilden er een financieel centrum oprichten, maar Kruger zag gevaar hierin en sloot een verbond met de Oranje Vrijstaat. In 1899 eisten de Britten stemrecht en Kruger wilde dat de Britten zich terugtrokken, anders koos hij voor oorlog. De Boeren waren nog steeds vijandig en overwonnen Natal. Hierop werd een groter leger verzameld en in 1900 werden de Boeren verdreven. De Guerilla oorlog. De Boeren erkenden de overwinning niet en bleven doorgaan met de terreur. De Britten reageerden direct op de aanslagen. Duizenden kinderen troffen de dood door ziekte en concentratiekampen van de Britten. De Boeren wilden doorgaan tot het einde, maar schrokken van de effecten van de kampen. In 1902 werd het Verdrag van de Vereeniging getekend en de Boeren republieken kwamen in Britse handen. Na de oorlogen. De Afrikanen waren niet blij met de Britse overheersing. Hun landbouw was nietig ten opzichte van de rijke handel van de Britten. De Britten kwamen hun belofte niet na. De Afrikanen zouden namelijk bevrijd worden uit de handen van de Boeren, maar ze hadden nu nog steeds geen politieke rechten. Van verschillende kanten werd opgekomen voor de rechten van de zwarte bevolking. De Zulu leider Bambatha begon een guerilla oorlog, maar dit had alleen het resulataat dat veel zwarten de dood vonden. De regering stak veel geld in het herstel, met eigenlijk als primair doel het redden van de mijnen. De Boeren trokken naar de steden, maar daar waren de Britten en sprak iedereen Engels. Als een gevolg, Afrikaans werd de volkstaal van de zwarten. Er ontstonden verschillende Afrikaanse groeperingen. De republieken vielen onder een regering en het ontstaan van een unie was een feit. De Unie van Zuid-Afrika. De Unie van Zuid-Afrika was in 1910 opgericht. Lesotho, Botswana, Swaziland en Zimbabwe kwamen niet in de unie en bleven onder Britse regering. Engels en Nederlands waren de officiële talen (Afrikaans pas in 1925). Echter, alleen blanken mochten in de politiek. Bij de eerste verkiezing won de Suid Africaanse Party (SAP): een coalitie van verschillende Boeren groepen onder leiding van Louis Botha en Jan Smuts. Botha werd de eerste minister-president. Barry Hertzog richtte in het belang van de onafhankelijkheid en het 'gevaar' van de kant van de zwarte bevolking de Nasionale Party (NP) op. Nieuwe wetten maakten het voor de zwarten er niet makkelijker op. Ze mochten niet staken, goede banen waren alleen bestemd voor de blanken en de bewegingsvrijheid werd beperkt. In 1912 richtte Pixley ka Isaka Seme de African National Congress (ANC) op, om op te komen voor de Afrikanen. Er werd een 8% groot stuk van Zuid-Afrika afgezet, waarin de zwarten moesten leven. Erbuiten hadden ze geen eigendommen. De NP kwam in 1929 aan de macht en pleitte voor Apartheid en wees op het Zwarte Gevaar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bloeide de economie op en verdubbelde de zwarte bevolking in de steden. De mijnbouw en industrie werden afhankelijk van de zwarte bevolking. Het leven in de steden was erg ongezond en mensen waren er arm. Apartheid en de Republiek. In 1948 ging de NP de verkiezingen in met als belangrijkste standpunt de Apartheid. Het idee achter de Apartheid was, dat elke bevolkingsgroep uniek was en zich niet moest mengen met andere groepen. Maar de gedachte ging natuurlijk verder dan alleen dit standpunt. Door invloed op de media en propaganda won de NP terrein onder leiding van Malan. Minister President Hendrik Verwoerd vroeg om een referendum om de staatsvorm te bepalen. In 1961 werd de Unie een Republiek. De Zwarte Actie. In 1949 kwam de ANC voor het eerst in opstand tegen de Apartheid. In 1955 hebben ze de eerste stappen gezet voor een democratisch Zuid-Afrika zonder racisme. In 1960 riep de Pan African Congress (PAC) iedereen op tot demonstratie tegen de wetten. Bij de opstand schoot de politie enkele tientallen demonstranten dood. De PAC en ANC werden verboden. De militaire afdelingen van deze partijen begonnen een sabotage, waarop Nelson Mandela in 1963 levenslange gevangenisstraf kreeg. De Thuislanden. In 1966 werd Verwoerd opgevolgd door BJ Vorster, die op zijn buert weer werd opgevolgd door PW Botha in 1978. Beide mannen bleven pleiten voor zwarte reservaten, waarin de zwarten het grondgebied zelf konden besturen. Echter, het land had geen infrastructuur en industrie, waardoor ze erg afhankelijk waren van de blanken. Ze werden willekeurig ingedeeld in 10 stammen, zonder rechten. Ook moesten ze toestemming vragen om het gebied te mogen verlaten. Eerst mochten de mannen nog in de grote, blanke steden werken, maar later werd ook dit verboden. De belegering van Zuid-Afrika. Doordat andere landen de Apartheid afkeurden, kon Zuid-Afrika zich niet snel verder ontwikkelen. Het begon met de illegale handel en zlef kernwapen productie. Het leger werd versterkt om (inter)nationale bedreigingen op te kunnen vangen. Van 1978 tot 1988 viel de South African National Defense Force (SANDF) omliggende landen binnen. Hiervoor was er dienstplicht voor alle blanke mannen, die veel leden, zowel psychisch als lichamelijk. De Soweto opstand. In 1976 brak er een grote opstand uit. De Soweto Students' Representative Council protesteerde tegen het gebruik van Afrikaans in zwarte scholen. Het protest dat een jaar duurde kostte 1000 personen het leven. Een groep jonge zwarte Afrikanen vormden een revolutionaire groepering die vocht tegen apartheid. PW Botha kon niet meer ontkennen dat er veranderingen moesten komen. Dit weerhield de zwarte groeperingen er niet van om te stoppen met de acties. Daarbij kwamen de blanken ook weer in opstand. In 1985 werd de staat tot nood uitgeroepen. Velen werden gevangen genomen en mishandeld. Andere landen hielden economische sancties, waardoor de economie instortte. Reformatie. In 1989 werd Botha opgevolgd door De Klerk. Hij beloofde herziening van de Apartheidswetten en toelating van de ANC en PAC. Politieke gevangen werden vrijgelaten. In 1990 werd Nelson Mandela vrijgelaten. Van 1990 tot 1991 waren alle vormen van Apartheid op politiek niveau verdwenen. Verkiezingen. In 1991 begonnen onderhandelingen voor een overgangsregering waarin alle groeperingen deelnamen en er een basis werd gelegd voor een nieuwe grondwet. Gedurende deze periode was het erg onrustig in het land. In 1994 werd de nieuwe vlag en volkslied getoond. DE ANC won de verkiezingen, maar haalde net niet voldoende stemmen om de grondwet te herschrijven. De verkiezingen van 1999. In 1997 trad Mandela af als president en werd opgevolgd door Thabo Mbeki. De NP verloor zoveel zetels dat het niet meer in de oppositie kwam. Het huidige Zuid-Afrika. Er is een groot verschil tussen arm en rijk. De lonen en onderwijs voor zwarten zijn nog steeds laag. Hierbij is het AIDS-probleem erg groot, iets waaraan Mbeki niet voldoende aandacht besteedt. Ook steunt hij het bewind van Nugabe in Zimbabwe.
GeografieHet land is 2000 km lang en 1500 km breed. Er zijn drie geografische gebieden: het plateau, kustgebied en de Kalahari. De grens van het plateau met de kust is zeer scherp in de vorm van de Drakensbergen.
KlimaatDoordat Zuid-Afrika net ten zuiden van de steenbokskeerkring ligt, is het er droog en zonnig. Het klimaat wordt voor een groot deel bepaald door de oceanen. De Westkaap heeft droge, zonnige zomers. Het kan er hard waaien. De winters zijn koud. De westkust is droger en heter, de zuidkust gematigd en de oostkust tropisch. Kaapstad heeft een Mediterreaans klimaat en het is er nat en koud in de winter. De Kaap is het ontmoetingspunt van 2 oceanen: de koude Atlantische Oceaan (voedselrijk, weinig regen) en de warme Indische Oceaan (meer regen). Gauteng en Vrijstaat in het oostelijke hoogveld kent een warme, droge winter met koude nachten. In de zomer kan het in de namiddag flink regenen. In de Oostkaap kan het in de zomer erg heet en vochtig zijn. Het noorden is erg heet in de zomer met zware stormen. In de winter is het er zonnig en warm.
Ecologie en omgevingDe ecologie heeft zwaar te lijden onder vernietiging, introductie van uitheemse planten, ontbossing, erosie, vervuiling en industrie. De regering geeft nauwelijks geld aan natuurfondsen, omdat het de hard groeiende populatie belangrijker vindt. De Convention on International Trade in Endangered Species (Cites) verbood de im- en export van ivoor. Dit en fondsenwerving is een belangrijke stap in het behoud van de olifantenpopulatie. Dit brengt een ander probleem met zich mee. De populatie wordt te groot voor de voedselvoorziening in het gebied en olifanten kunnen niet migreren omdat rondom de parken mensen wonen. Er wordt nu geprobeerd om te parken uit te breiden, te verbinden met andere parken en het tegengaan van de groei. Het ivoor van legaal gedode olifanten mocht van de Cites gebruikt worden als inkomstenbron voor de organisatie rondom de olifantenpopulatie. Echter, het is moeilijk om toe te zien wanneer ivoor legaal of illegaal is. Toerisme is een ander zwaartepunt van de bescherming. Het geld dat die meebrengen kan worden teruggegeven aan de lokale bevolking ,die dan in gaan zien hoe belangrijk het wild is voor het land. Zo hoopt men dat de lokale bevolking meer respect krijgt voor de dieren.
FloraEr zijn 22000 plantensoorten. Het Capensis florarijk in de Westkaap heeft een vegetatie dat fijnbos wordt genoemd. De meeste planten hebben dunne stelen en bladeren en zijn onder te verdelen in 3 families: Ericaceae (heide), Proteaceae (suikerbossie) en Restionaceae (riet). In de drogere gebieden zijn vetplanten en eenjarigen te vinden. Zuid-Afrika heeft weinig bossen. In de Kalahari zijn voornamelijk doornstruiken te vinden.
FaunaDe meeste grote dieren leven in wildparken. In Zuid-Afrika komen de Big Five voor: zwarte neushoorn, buffel, olifant, luipaard en de leeuw. Er leven 900 vogelsoorten in Zuid-Afrika.
Nationale parken en reservatenNaast de bekende nationale parken zijn er ook gebieden waar provincies hun eigen wildbeheer hebben. Er komen steeds meer parken die 2 al bestaande parken met elkaar verbinden. Als laatste zijn er de privéparken.
PolitiekHet parlement kent 2 kamers: de National Assembly met 400 leden en de National Council of Provinces met 100 leden. De NA wordt direct gekozen door het volk en de NCOP door het provinciebestuur. Het hoofd van het land is de president Mbeki van het ANC. De president wordt gekozen door het NA. Elke provincie heeft een premier.
EconomieEr is onder de bevolking een zeer groot contrast in inkomen, levensstandaard, onderwijs en werkgelegenheid. Hoewel Zuid-Afrika veel armoede kent, is het een van de rijkste landen van Afrika. De rijkdom komt voornamelijk door de industrie en de lage lonen van de zwarte arbeiders. De provincie Gauteng kent de grootste rijkdom. De belangrijkste bron van inkomen is de mijnbouw. Hierdoor verbeterde de infrastructuur, werden steden beter ontwikkeld en groeide de handel. Het land probeert bovenop te komen van de economische sancties uit het verleden. Heden zijn de inflatie en werkloosheid erg hoog, vooral onder de zwarten. Om toch een inkomen te hebben, hebben ze vaak zelf iets opgezet om iets te verdienen, zoals winkeltjes. Verder zijn er veel migranten uit omliggende landen die het werk inpikken, omdat ze voor lagere lonen werken. Mocht het economisch weer beter gaan, dan zullen voornamelijk de blanken ervan profiteren.
Bevolking77% is zwart, 10% blank (voornamelijk Britten, maar ook Duitsers en Nederlanders), 9% gekleurd en 3% aziatisch. De overigen zijn voornamelijk illegale immigranten. Van de oorspronkelijke bewoners zijn de meesten Zulu, daarna Xhosa. De meesten wonen in Vrijstaat en het voormalige Transvaal. De Britten wonen voornamelijk in Natal en de West- en Oostkaap.
OnderwijsDoor de Apartheid hebben veel zwarte Afrikanen geen of laag onderwijs. 20% is analfabeet. De regering steekt veel geld in het onderwijs, maar dit geeft niet de vorderingen zoals men zou willen. Er is een tekort aan leraren en de scholen kennen veel geweldadigheid. De schoolvoorzieningen zijn ook niet voldoende.
KunstVanwege censuur in de Apartheid periode konden kunstenaars hun beroep vaak niet vrij uitoefenen. Na de afschaffing van de Apartheid waren er niet voldoende fondsen om de kunst te steunen. Nu worden kunstenaars vaak gesponsord door het bedrijfsleven. De San hadden rotstekeningen. De Bantu waren nomaden en hadden kunst in de vorm van gebruiksvoorwerpen. De hutten van de Zulu's en de beschilderde huizen van de Ndebele zijn erg opmerkelijk. Andere vormen van kunst zijn: theater, pottenbakkunst, houtsnijwerk, kralen, mandenvlechterij, schilderkunst, beeldhouwkunst, muziek en literatuur.
Religie75% is Christen. Er zijn 4000 inheemse kerken en veel racistische sekten. De grootste kerk is de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Deze kerk werd in de 17e eeuw gesticht door de Nederlanders. Na de Grote Trek waren er twee afsplitsingen: de Hervormde kerk van Afrika en de Gereformeerde Kerk van Afrika. De Apartheid was ook in de kerk te merken: er waren gescheiden blanke en zwarte kerken. Later verzette de kerk zich tegen de Apartheid. De inheemse kerken zijn ontstaan doordat groepen zich afscheidden uit onvrede. Naast het Christendom speelt de inheems religie een belangrijk rol. De kerken zijn alleen voor de zwarte bevolking. Er zijn twee hoofdstromingen: de Ethiopische en zionistische kerk. Andere geloven zijn de Islam, Hindoeisme en traditionele religies. Voor de komst van de Europeanen had elke stam zijn eigen religie. Kenmerken van al die religies zijn: hogere macht, vruchtbaarheids- en oogstrituelen en voorouderverering.
TalenEr zijn 11 officiële talen. De meest gesproken taal is Zulu, gevolgd door Xhosa en Afrikaans. De blanken spreken voornamelijk Afrikaans en Engels, terwijl de zwarte bevolking voornamelijk de inheemse talen spreekt. Het Afrikaans is ontstaan toen Jan van Riebeeck in de 17e eeuw bij Kaap de Goede hoop aan kwam. Het contact van de Nederlanders met de inheemse bevolking leidde tot een mengtaal. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||