Dag 14 donderdag 22-04-2004 |
|||||||
Zuid-Afrika
![]()
![]()
Zuid-Afrika Home
![]()
![]()
![]() |
Malealea (Lesotho)Vandaag moeten we er met z'n allen aan geloven: we gaan het paard op. Bij de ingang van de lodge staan de paarden al klaar. Ieder krijgt er een toegewezen. Die van mij is ca 1m40. Ik heb naar zijn naam gevraagd, maar ik ben het het alweer vergeten. Met z'n allen achter elkaar gaan we op pad. Het voelt eigenlijk meteen al vrij vertrouwd aan. We begrijpen van de gidsen dat je 'hai' moet zeggen om het paard vooruit te krijgen. Dan schrikken we met z'n allen: we moeten steil naar beneden over een rotspad. Ik vertrouw op het paard, maar hij zet z'n voeten wel heel dicht bij de afgrond. Alles gaat gelukkig goed. Halverwege keert hij alleen even om. Beneden bij de rivier morgen de paarden drinken. Mijn paard gaat wel erg diep en is niet van plan om door te lopen. Een gids helpt me. De weg naar boven gaat een stuk makkelijker. De beesten zijn echt geweldig. Ze struikelen nauwelijks, hebben goede grip op de moeilijke ondergrond. Ze zijn niet bang en lopen heel zelfverzekerd door. De eerste afdaling en klim blijken meteen de moeilijkste te zijn. Ik merk al snel dat mijn paard een goede klimmer is, redelijk daalt, - maar daarin soms voorzichtig-, veel drinkt (bij elk riviertje...) en een goede impuls heeft. Leuk beestje! We stoppen een paar keer om te drinken en eten en te rusten (wij + paarden). De dorpelingen onderweg groeten, de kinderen vragen om snoepjes. Ik krijg een beetje last van mijn knieën door lang in dezelfde positie te zitten.
Na 6,5 uur komen we in het dorpje aan. De kinderen wachten ons al op. Als we zijn afgestapt, kunnen we nog een wandeling maken naar de waterval. Ik twijfel, maar word overtuigd door Cavendy ("Je bent hier maar 1x"). Na 500 m heb ik al spijt. Het is een flinke klim. Later blijkt het nog erger te zijn: smalle paadjes langs steile afgronden en glibberige stenen. Om half 6 zijn we er nog niet en moeten een grote rivier over. Hannie, Sonja en ik willen niet verder, omdat we nog terug moeten, het donker begint te worden en het dan eigenlijk niet meer verantwoord is. Maar Rian en Wilco willen verder met de gids. Wij blijven achter met een paardengids. Hij wil eigenlijk de waterval ook zien, maar blijft gelukkig bij ons. Ik vind het niet leuk meer, begin te panieken: zonder gids in het bijna donker in de bergen van Lesotho. Waarom moeten de anderen nu verder gaan? Na ruim een kwartier komen ze gelukkig terug. Dan moeten we inderdaad in het donker terug. Het is echt eng. Ondanks dat we een eenvoudiger weg nemen (de gids weet wonderbaarlijk goed de weg in het donker), duurt het veel te lang. Levensgevaarlijk. Dan val ik ook nog. De riviertjes oversteken is een ramp. Als ik nog steeds geen lichtjes zie, heb ik er echt genoeg van. Dan komt Cavendy met een gids op ons afrennen. Ze is super bezorgd en had besloten om ons te gaan zoeken. Grote opluchting! Na nog ongeveer een kwartier komen we dan eindelijk in het dorp aan. De kinderen krijgen door ons gekochte pennen en schriftjes en delen het eerlijk. Het dorp krijgt rijst, maïs en meel. De mensen zijn erg arm en zijn erg dankbaar. We slapen met 8 personen in een hut. Beetje passen en meten, maar uiteindelijk ligt iedereen. Er is geen elektriciteit en stromend water. De WC is gewoon een gat in een hokje. De matjes zijn redelijk. Maar niemand kan slapen vanwege het gesnurk van Hannie.
|
||||||