Laos

 

Laos & Cambodja

Reisverhalen Home

L&C Home
Voorbereidingen
Laos
Cambodja
Tips
Reisverhaal
Nabeschouwing
L&C Links


Gastenboek
Home

Baby
Fotografie
Trouwreportages
Dagje uit
Recepten
Bruiloft

  Feiten | Geschiedenis | Cultuur | Religie | Kunst | Omgeving | Eten en Drinken | Klimaat

Feiten

Officiële naam - Lao People Democratic Republic
Hoofdstad - Vientiane
Inwoners - 6 miljoen
Oppervlakte - 236,800 km²
Muntsoort - Kip

Geschiedenis

Prehistorie en Austro-Thai migratie. De eerste tekenen geven aan dat het gebied rondom de Mekong rivier 10.000 jaar bewoond. Het gebruik van keramiek en brons begon hier aanzienlijk eerder dan in andere delen van de wereld. De volken streken neer tijdens hun migratietocht van China naar India. De eerste staatjes waren stadstaten waarover stadshoofden de leiding hadden. De meeste stadstaten ontstonden langs de rivier. Het zuiden van Laos is lange tijd het centrum van het Mon-Khmer Funan en Chenla koninkrijk geweest.

Lan Na Thai & Lan Xang. In de 13e eeuw veroorzaakte een opstand van de Tai tegen de Khmers een afzondering van een aantal stadstaten. Zo ontstond het Sukhothai koninkrijk in Noord-Thailand. Het rijk steunde Lanna, dat strekte van noordcentraal Thailand tot het huidige Luang Prabang en Vientiane. In de 14e eeuw ging Lanna ten onder door het koninkrijk van Ayathaya in Siam. De veldheer Chao Fa Ngum kwam tot macht. Samen met 10.000 Khmer groepen veroverde hij grote gebieden dat hij Lan Xang noemde. Later lijfde hij ook nog grote delen van Vietnam in. Zijn ministers konden zijn vechtlust niet meer aan en verbande hem naar een Thaise provincie. Zijn zoon Samsenthai volgde hem op en bouwde veel tempels en scholen om zijn gebied af te bakenen. Zijn koninkrijk werd een belangrijk handelscentrum. De opvolger Visounarat voerde het Theravada boeddhisme in als officiële godsdienst door een gouden Boeddha beeld (Pha Bang) te accepteren van de Khmers. In de 15e eeuw waren er veel oorlogen in het gebied. 100 jaar later kwam koning Phothisarat aan de macht en verklaarde Wieng Chan (Vientiane) tot hoofdstad om het land tegen Birmaanse invallen te beschermen. Hij veroverde Lanna en gaf zijn zoon Setthathirat de troon over dat land. Na zijn vaders dood erfde hij Lang Xang en bracht het smaragden boeddhabeeld Pha Kaew mee. Hij liet er een tempel voor bouwen. Ook gaf hij opdracht voor Pha That Luang, Lan Xangs grootste Boeddhistische tempel. Lang Xang was machtig, maar kon nooit volledige controle krijgen over de bergvolkeren in het noorden. Zeer waarschijnlijk hebben zij Setthathirat vermoord. Lan Xang zat erna zonder leider, waarna het rijk uit elkaar viel en ingenomen werd door Birmaanse troepen. In de 17e eeuw betrad koning Suriya Vongsa de troon voor 57 jaar. In deze periode werd Lan Xang uitgebreid. Dit waren de gouden jaren van Laos.

Verdeling en de oorlog met Siam. Na de dood van koning Suriya Vongsa in 1694 ontstond er een opstand over de troonopvolging, waarop uiteindelijk Lan Xang uit elkaar viel. In de eerste helft van de 18e eeuw had Suriya's neef macht over het Mekong gebied Wieng Chan. Een tweede, onafhankelijk koninkrijk ontstond in Luang Prbang onder leiding van Suriya's kleinzonen. Dan was er ook nog een derde koninkrijk, Champasak, in het zuiden onder leiding van de Siamezen. Later vielen Birmaanse troepen het noorden van Laos binnen en annexeerde Lunag Praban. De Siamezen intussen veroverde Wieng Chan. Siam installeerde Chao Anou, een Lao prins, tot koning van Wieng Chan. Hij herstelde de hoofdstad, zorgde voor een culturele renaissance en verbeterde de contacten met Luang Praban. Onder druk van de Vietnamezen vocht Chao tegen Siam in 1820. Dit was niet succesvol, en de hoofdstad viel weer. Luang Praban en Champasak overkwam hetzelfde. Aan het eind van de 19e eeuw was het hele gebied veroverd door de Thais en werd een Siameze staat. Andere gebieden kwamen later ook onder Siameze controle, om ze te beschermen tegen de Franse invasie.

Franse overheersing. Aan het eind van de 19e eeuw vestigde Frankrijk een consulaat in Luang Prabang met toestemming van Siam. Frankrijk kreeg er een beschermingsstatus. Siam gaf op een gegeven moment de controle over het oosten van de Mekong op. De Fransen verenigden toen alle kleine gebieden en gaf het land de naam Laos. De naam van de hoofdstad Wieng Chan werd ook verfranst tot Vientiane. De Fransen vonden Laos eigenlijk helemaal geen interessant gebied. Ze vonden de Mekong niet geschikt voor commerciële doeleinden, vonden er geen metalen en waren niet geïnteresseerd in het bergachtige gebied als landbouwgrond. Toch stelden ze de lokale bevolking verplicht om 10 dagen per jaar voor de Fransen te dienen. De export die hieruit voortvloeide was nooit hoger dan 1% van de totale opbrengsten van de Fransen in Zuid-Oost Azië. Door de Franse overheersing was Laos niet in staat contacten te leggen met de buurlanden, waardoor het land steeds zwakker werd. Zelfs tot nu toe onderdrukken de Fransen de ontwikkeling van het land.

De Tweede Wereldoorlog en onafhankelijkheid. In 1945 veroverde Japan de Franse kolonies in Azië. Laos bood weinig weerstand, maar was assertiever dan gedurende de Franse overheersing. Aan het eind van de oorlog dwongen de Japanners de door de Fransen benoemde koning Sisavang Vong de onafhankelijkheid te verklaren. De minister-president Phetsarat, die de koning niet helemaal vertrouwde, richtte de Lao Issara op die zich tegen het Franse regime keerde en ervoor wilde zorgen dat Laos vrij van Fransen bleef na het vertrek van de Japanners. Maar de Fransen vielen in 1945 Laos weer binnen. Phetsarat werkte in het geheim aan een nieuwe grondwet die zei dat Laos onafhankelijk van de Fransen zouden worden. Sisavang weigerde het te erkennen en werd daarop afgezet. Uiteindelijk kwam hij tot bezinning en werd in 1946 weer koning. Hierop kwamen Franse en Laotiaanse rebellenbewegingen tot opstand en Phetsarat vluchtte naar Thailand. Eind 1946 waren de Fransen bereid om Laos zijn onafhankelijkheid te geven en de Lao Issara mocht voortaan bij onderhandelingen zijn. Maar Lao Issara viel uit elkaar. Phetsarat weigerde met de Fransen te onderhandelen en wilde onmiddellijke onafhankelijkheid op de manier zoals Lao Issara dat op het oog had. De Fransen gingen door met hun hervormingen en riepen in 1949 Laos uit tot een onafhankelijke staat die deel uit bleef maken van de Franse Unie. Laos kon zo een onafhankelijk lid worden van de VN. De Lao Issara verdween en Phetsarat bleef in Thailand. In 1953 gaf Frankrijk volledige onafhankelijkheid aan Laos.

Opkomst van Pathet Lao. IN 1948 ging prins Souphanouvong naar Hanoi om hulp te vragen van de Viet Minh voor een Laotiaans communistische beweging. In dezelfde tijd nam de Laotiaan Kaysine Phomvihane het op voor de bergvolkerene in het oosten namens de ICP. In 1950 richtte Souphanouvong met hulp van de Viet Minh de FLF en de Laotiaanse Verzetbeweging op om te vechten tegen de Fransen. In de volgende 25 jaar veranderde er veel op politiek gebied. De ICP werd de Vietnamese Arbeiders Partij. De FLF introduceerde de term Pathet Lao (land van de Laotianen), dat verwees naar de bestuurlijke bewegingen van de FLF. De term veranderde in 1964 in Lao People Liberation Army (LPLF), maar de term Pathet Lao bleef internationale bekendheid houden als de beweging die streed voor een liberaal Laos. In 1953 was er een constitutionele monarchie met alleen maar Europese lijnen. Dit bracht steeds meer weerstand van de Laotianen teweeg. Dit leidde tot het verslaan van de Fransen door Viet Minh troepen bij Dien Bien Phu in 1954. Viet Minh en de Pathet Lao claimden de noordoostelijke provincies, volgens het verdrag van Geneve in 1954. In 1955 werd er een communistische partij opgericht: Lao People's Party (LPP), met een bestuurlijke tak de Lao Patriotic Front (LPF). DE LPP was aangesloten bij het Indochinese Verenigd Front onder leiding van de Vietnamese Arbeiders Partij.

Coalitie en opheffing. Door de conferentie in Geneve werd er een coalitieregering (Regering van Nationale Unie) gevormd tussen de LPF en de Royal Lao Governement (RLG). Pathet Lao troepen werden verenigd in het Royal Lao Army, maar onenigheden over de ranken belemmerde een succesvolle fusie. In 1958 won de LPF de meerderheid in de noordoostelijke provincies. De rechtse partijen arresteerden als reactie hierop de LPF ministers. De Pathet Lao troepen werden weer actief. De ophef werd alleen maar versterkt doordat de VS alle hulp aan Laos annuleerden vanwege de verkiezingsuitslag. De val van de regering bracht de Vientiaanse regering onder de macht van het Committee for the Defecne of National Interests (CDNI), die bestond uit extreem-rechtse officieren en Frans-sprekende eliten. Met belangrijke steun van de VS werd Phoui Sananikone tot minister-president gekozen en Souvanna Phouma (van de RLG) tot de Laotiaanse ambassadeur van Frankrijk. Een jaar nadat Souphanouvong van de LPF gearresteerd was, ontsnapte hij en kwam weer in verzet tegen de regering. In 1959 adviseerde de VN aan de Vientiaanse regering om loyaler te zijn tegenover de LPF. Ondertussen was gebleken dat de Noord-Vietnamese troepen de Pathet Lao steunde op het platteland. De VS gaf weer hulp aan Laos om dit tegen te gaan. IN 1959 brak er een opstand uit tussen de Pathet Lao en de RLG op de Vlakte der Kruiken. De VS wilden de regeringstroepen gaan trainen en de CIA bracht helicopters mee.

Coup en tegencoup. In 1960 pleegde een militaire groepering onder leiding van Kong Le een coup en nam Vientiane in. Souvanna Phouma werd uit Frankrijk gehaald om minister-president te worden. Generaal Phoumi Novasan trad eerst ook toe tot de regering en liet toe dat de LPF ook in de regering kwam, maar later trok hij zich terug in Zuid-Laos. Mbv wapens van de VS viel hij Vientiane aan. Kong Le trok zich terug in Xieng Khuang en verenigde zich met de Pathet Lao en Noord-Vietnamese troepen. De USSR verschafte deze coalitie wapens en in 1961 namen ze heel Noord- en Oost-Laos in. De VS onder leiding van JF Kennedy gingen zich er meer mee bemoeien om te voorkomen dat Laos communistisch werd. Een 2e conferentie in Geneve in 1961 moest een crisis voorkomen. Na veel overleg is er besloten om van Laos en onafhankelijk, neutraal land te maken. Een tweede Regering van Nationale Unie is opgericht onder leiding van de rechtse Boun Oum, Souphanouvong (Pathet Lao) en Souvanna Phouma (neutraal). De VS trokken zich terug. Alleen, de Noord-Vietnamese troepen erkenden het nieuwe verdrag van Geneve niet. De nieuwe regering bleef ook niet lang tot stand. Er ontstonden kleine onenigheden tussen de Pathet Lao en de neutralen over het toezicht op het noordoosten. De Pathet Lao viel onverwachts Kong Le in Xieng Khuang aan. Hierop vormde Kong Le een alliantie met de rechtse partijen. In 1964 volgde er een aantal coups en tegen-coups. De Pathet Lao stonden tegenover de neutralen en de rechtsen. De Pathet Lao weigerden deelname aan elke coalitie of verkiezingen, omdat ze geloofden dat ze nooit inbreng zouden krijgen als de tegenpartijen aan de macht waren. Daarom namen ze weer contact op met de Noord-Vietnamese troepen.

De verzetsoorlog. Tussen 1964 en 1973 verergerde de oorlog in Indochina. De VS hadden troepen in Thailand en vlogen over Laos om het noorden van Vietnam te bombarderen. De piloten mochten niet met bommen terug komen, waardoor de resterende bommen op het oosten van Laos werden neergelaten. De VS zetten meer troepen in om de groeiende invloed van de Pathet Lao in de gaten te houden. Mannen van de Hmong stam werden opgenomen in de VS troepen. In 1971 stationeerden zich ook Chinese troepen in Laos.

Revolutie en reformatie. In 1973 begonnen de VS na te denken om zich terug te trekken uit Laos. Laos was verdeeld in Pathet Lao- en niet-PL zones. DE communisten hadden bijna alle provincies in hun bezit. De Provisioanl Goverment of National Union (PGNU) werd gevormd en de 2 partijen waagden weer een poging om weer samen in de regering te komen. Steun voor de Pathet Lao groeide, terwijl in de niet PL gebieden tekenenen van corruptie en manipulatie door de VS waren. DE VS trokken zich uiteindelijk in 1974 terug uit Laos. Door de plotselinge val van Saigon en Phnom Penh viel Pathet Lao Muang Phu Khun aan, een door de RLG en Hmong verdedigde weg tussen Vientiane en Luang Prabang. In 1975 traden 4 niet-PL ministers en 7 generalen onder druk van de Pathet Lao af en vluchtten naar Thailand. Pathet Lao veroverde de gebieden in het zuiden, en uiteindelijk ook Vientiane. Alles ging zonder weerstand.

De democratische republiek. De PGNU werd opgeheven en de Lao People Revolutionary Party (LRPR) werd de regerende partij van de Lao People Democratic Republic (LPDR). Alles ging vrij vreedzaam. Kaysone Phomvihane, al die tijd beschermd door Vietnam, werd minister-president tot 1992. Hij was erg internationaal georiënteerd, pragmatisch en hij leerde van zijn fouten. De harde politiek en economoe van de LPRP in het begin zorgde voor veel vluchtelingen. De regering stelde een versnelde socialisering in (net als Vietnam), reduceerde de private sector en stimulering van de landbouw. Bovendien werd de invloed van het Boeddhisme beperkt. Militaire campagnes door de overheid zorgde ervoor dat er nog meer etnische minderheden uit het land trokken. In 1975 eindigde de oorlog officieel, maar in het binnenland vonden er gedurende 2 jaar nog steeds gevechten plaats. Veel hooglanders vonden de dood.

De gevangenneming van de vroegere koning. Savang Vatthana werd gedwongen de troon te verlaten, maar kreeg een belangrijke rol als hoogste adviseur van de president. In 1977 namen anticommunisten Muang Nan in. De regering heroverde het dorp weer en toen bleek dat de rebellen aanhangers van de vroegere koning waren. Hij en zijn familie werden toen verbannen naar een verlaten gebied in het noorden. Ze zouden terecht komen in een heropvoedingskamp, maar het werden de grotgevangenissen van Hua Phan. Daar overleden ze door voedseltekort en slechte medische zorg.

De Exodus. De onderdrukking leidde tot veel onrust onder de boeren in 1979. Liberale omvormingen waren het gevolg, maar dit kon niet voorkomen dat het platteland eegliep. Thailand ving veel vluchtelingen op, maar eiste dat zedaar maar tot 1995 konden blijven.

Samana. 40.000 Laotianen zijn naar heropvoedingskampen (samana) gestuurd. 30.000 zaten gevangen vanwege politieke ideeën sinds de machtsovername van de Pathet Lao in 1975. Hoe hoger je sociale status, hoe langer zware arbeid moest verrichten, en hoe meer onderwijs je kreeg in het communisme. In 1989 zijn de meeste kampen gesloten en de meeste politieke gevangenen waren vrijgelaten. Echter, een klein aantal gewetensgevangenen kregen lange straffen vanaf 1992. De UUSR had veel macht tijdens de hervorming van Laos. De regering wilde ook graag het voorbeeld van Vietnam volgen, en tegelijkertijd een beleid dat uniek was voor Laos. Echter, hoge politieke personen hebben vaak hun militaire opleiding gevolgd in Vietnam, wat de unieke ontwikkeling van Laos tegenhoudt. Verzetstrijders hebben nu ook nog steeds een slechte naam.

Relaties met Thailand. Door de revolutie werden alle zaken die met Thailand te maken hadden, verbannen. De wrijvingen werden alleen maar groter toen Thailand de vluchtelingen opving en kampen voor ze bouwden. Dit leidde zelfs eind 1987 tot een korte oorlog bij de grens. De oorlog heeft wel geleid tot een betere verhouding tussen de 2 landen. Er werd tweezijdig gedacht over de groeiende Thaise invloed: enerzijds waren ze bang dat ze economisch te veel afhankelijk zouden worden van Thailand; anderzijds zou het de Vietnamese invloed verminderen.

Uitdagingen voor de toekomst. Tegenwoordig is het erg vreedzaam in Laos. Echter, de politieke partijen willen per sé niet hebben dat een niet-communistische partij ooit in de regering komt. In 1999 kwamen studenten in opstand om te protesteren tegen de regering en te pleiten voor democratie. Velen werden gearresteerd en sommigen werden gevangen genomen. In 2000 namen gewapende rebellen een immigratiekantoor en een politiebureau bij de grens in en gijzelden enkele mensen. De regering bemoeide zich er mee en doodde 5 rebellen. Anderen vluchtten naar Thailand. De aanvallen van de rebellen bleven doorgana, waardoor de Laotiaanse regering dacht dat Thailand zich toch nog tegen Laos keerde. De samenwerking tussen de 2 landen was dus weer zeer zwak geworden. Een verdere achteruitgang in de stabiliteit van de LPDR gebeurde na enkele kleine bominslagen. Zeer waarschijnlijk was de Underground Government in Exile hiervoor verantwoordelijk. In 2004 gaven 7000 Hmong rebellen zich over aan de LPDR, die hun stuurde naar de laaglanden.

Naar boven

Cultuur

De nationale psyche. Het boeddhisme is erg belangrijk voor de Laotianen, en dan vooral het Theravada boeddhisme. Deze stroming houdt zich bezig met een sobere invulling van menselijke passies. Karma wordt beschouwd als het doel van het leven. Werk en ambitie is veel minder belangrijk en dat zul je merken. Het leeftempo is laag en het onderwijs is niet van goede kwaliteit. Alles wat kan leiden tot stress wordt vermeden. Ze profiteren van uitenlandse hulp, die vaak geen tegenprestatie eist. Tegelijkertijd willen ze zich wel ontwikkelen.

Levensstijl. In Laos zijn er zeer veel ethnische groepen, dus je kunt niet spreken over dé cultuur van Laos. De helft van de bevolking leeft in de laaglanden en heeft een vergelijkbare cultuur. De Laotianen leven met meerdere generaties is één huis, Vrouwen doen meestal de financiën. Vooral met ceremonies dragen mannen en vrouwen traditionele kleding, maar thuis dragen vooral de mannen kleding in westerse stijl. Vrouwen dragen ook in huis hun traditionele kleding. Andere ethnische vrouwen dragen alleen deze kleding bij een bezoek aan officiéle gebouwen. Vrouwen hebben gelijke rechten op werkgebied, erfrecht, landbezit, enz. Dit in tegestelling tot de meeste westerse landen! Het boeddhisme zegt wel dat vrouwen moeten reïncarneren als man, omdat de ziel van de man sterker is. Laos is niet rijk en daarom brengen veel inwoners hun tijd met familie door. Vientiane is voor de jongeren een erg moderne stad.

Bevolking. 1/3 van de bevolking leeft in de Mekong vallei en nog eens 1/3 rondom andere grote rivieren. 1 op de 10 Laotianen zijn na 1975 gevlucht. Nu echter is de immigratie groter dan de emigratie, vnl door terugkerende Laotianen en Chinezen.

Ethnische groepen. Laos heeft zeer veel etnische volken en talen. De stammen zijn globaal in 4 groepen te verdelen: Lao Loum (50%), Lao Thai (10-20%), Lao Thoeng (20-30%, laaggebergte) en Lao Soung (10-20%, Hmong/Mien, hooggebergte). Deze onderverdeling is gebaseerd op de hoogte waarop de stammen leven. De overheid voegt de eerste 2 groepen samen.

De Lao Loum (laagland) zijn ethnische Laotianen die oorspronkelijk in de Mekong vallei woonden. Ze leven voornamelijk van de rijstbouw. Ze zijn animisten die het Theravada boeddhisme aanhangen.

De Lao Thai zijn nauw verbonden met de Lao Loum. Ze leven ook van de rijstcultuur en hangen het boeddhisme of het christendom aan. Subgroepen zijn vernoemd naar de kleur van hun kleding of naar hun leefomgeving.

De Lao Thoeng hebben banden met de meeste Austro-Aziatische mensen die in de lage hooglanden leven. De grootste groep id de Khamu. De Lao Thoeng zijn vroeger slaven geweest voor de Austro-Thai en nog niet zo lang geleden voor de Laotiaanse monarchie. Nu werken ze voornamelijk voor de Lao Soung. De Lao Thoeng hebben een veel lagere levensstandaard dan de andere volkeren. Ze leven voornamelijk van ruilhandel.

De Lao Soung wonen in het hooggebergte en zijn de laatste grote groep immigranten (uit Myanmar, Tibet en Zuid-China). De grootste groep is de Hmong. Ze verbouwen rijst en maïs en bezitten meestal een veestapel voor de ruilhandel. De belangrijkste vorm van inkomsten bestaat uit de opiumteelt. De tweede grootste groep zijn de Mien. De Mien en Hmong lijken veel op elkaar qua achtergrond en taal.

Al eeuwen leven er ook veel Chinezen in Laos. Zij werken voornamelijk als handelaar en wonen meestal in Vientiane of Savannakhet. In het zuiden leven kleine groepen Cambodjanen die werken in de weg- en watertransport tussen Laos, Cambodja en Thailand. Tegen de grens met Vietnam leven veel Vietnamesen. Zij bezitten veelal winkeltjes in de grotere steden.

Religie

Boeddhisme. Bijna 60% van de bevolking, en dan voornamelijk mensen uit het laagland, zijn Theravada boeddhisten. Het geloof is in de 13e eeuw geïntroduceerd in Luang Prabang. Koning Visounarat verklaarde het Boeddhisme als het officiële staatsgeloof. De verspreiding ging erg langzaam, maar op een gegeven moment accepteerde veel volkeren het Boeddhisme als geloof naast hun eigen geloof. Het Theravada boeddhisme is minder corrupt dan de vormen in de Himalaya. Ze leven de 2 belangrijke aspecten van het bestaan na: dukkha (lijden), annica (vergankelijkheid) en anatta (het leven op aarde niet het belangrijkst vinden). Het doel is nibbana: de uitroeiing van ale oorzaken van dukkha. Het betekent dat je verlost kan worden door je leven op aarde los te laten. In werkelijkheid streven de Laotianen ernaar om na het huidige leven terug te keren in een betere levensvorm door veel te bidden en de tempels te steunen. De Laotianen gaan meestal naar de tempels bij volle, nieuwe en kwart maan.

Monniken en nonnen. Van de gemeenschap wordt verwacht dat elke man ooit voor een bepaalde tijd monnik wordt. Jongens onder de 20 kunnen novice worden in de tempel. Dit brengt de familie aanzien. Voor nonnen gelden andere regels. Ze hebben meestal een kaal hoofd en witte kleding.

Spirituele cultus. Phii ('ziel') is officieel verboden, maar is de grootste niet-boeddhistische religie in Laos. Hun ceremonie (su khwan of baasIi) wordt openbaar uitgevoerd. 32 khwan (beschermzielen) worden met witte touwen om de polsen van de gastheer vastgebonden. Elke khwan beschermt een orgaan. Soms lopen de khwan weg. bijv bij langdurige reizen of ziekte. Dan wordt de baasIi uitgevoerd. Dan wordt ervoor gezorgd dat de khwan zeker zijn verbonden met het lichaam. In de Si Muang tempel in Vientiane is geen Boeddha, maar de lák méuang (stadspaal) de centrale plaats. Men gelooft dat de beschermziel van de staat hierin huist. Buiten de Mekong vallei leeft de Phii voornamelijk bij de Thai, en dan voornamelijk de klas van Then. Then zijn aardgeesten Ze geloven ook in 32 khwan. De Maw (sjamaan) zijn speciaal getraind voor het uitdrijven van geesten. De Khamu stammen hebben een soortgelijke hiërarchie van geesten (hrooi). De belangrijkste zijn geassocieerd met het huis en het dorp. De ceremonies zijn niet openbaar. De Hmong-Mien stammen hangen het animisme aan. Ook aanbidden ze hun voorouders.

Andere religies. Een klein aantal is Christen, en dan vooral de Frans-sprekende elite. In Vientiane woont een aantal moslims. Ook in het noorden leven enkele moslims.

Kunst

De kunst is voornamelijk gebaseerd op het boeddhisme. Mede hierdoor en het feit dat Laos als politiek land nog niet zoveel geschiedenis heeft, is er geen grote verscheidenheid in stijl. Tevens kende Laos veel invloeden van de buurlanden, is veel kunst vernield of ingepikt. Laos heeft nauwelijks moderne kunst.

Architectuur. Traditionele huisjes bestaan uit houten- of bamboeframes met een blader- of grasdak. In het laagland staan de huizen op palen. Koloniale architectuur uit eind 19e, begin 20e eeuw in de steden bestond uit dikmurige gebouwen met raamluiken en dakpannen, zoals je toen ook in Frankrijk terugvond. Echter, veel van zulke gebouwen zijn in verval geraakt na de onafhankelijkheid. Na de revolutie namen de gebouwen een Sovjet architectuur aan volgens de sociaal realistische stijl: rechte lijnen, scherpe hoeken en nauwelijks versiering. Nu is een mix van klassieke Laotiaanse stijl en moderne, functionele kenmerken in.

Beeldhouwkunst. De boeddhistische beeldhouwkunst van de 16e tot 18e eeuw is erg indrukwekkend. De beelden bestaan uit brons, steen of hout. Onderwerpen waren Boeddha zelf of figuren geassocieerd met Jataka (verhalen over Boeddha's vorige levens). De Boeddha beelden hadden de karakteristieke kenmerken, zoals een snavelachtige neus, lange oorlellen en sterk gekruld haar. 2 types van staande Boeddha beelden zijn kenmerkend voor Laos: 'roepen naar regen'-houding en 'nadenken over de Bodhi boom'-houding.

Handwerk. De Hmong en Mien beoefenen de zilversmeedkunst. Het is een uiting van welvaart. De laagland Laotianen bewerken ook goud. Verder weven de Laotianen veel matten en manden van stro en riet, die belangrijke exportproducten voor Thailand zijn. Er wordt speciaal papier, saa, gemaakt van de bast van de moerbeiboom gemaakt.

Muziek en dans. Klassieke Laotiaanse muziek was oorspronkelijk ontwikkeld voor koninklijke ceremonies in de 19e eeuw. Het standaard ensemble is de sep nyai en bestaat uit khawng wong (gongen), de ranyaat (soort xylofoon), de khui (bamboe fluit) en de pii (soort hobo). Vanwege alle oorlogen hoor je steeds minder van deze muziek. Volks- en popmuziek daarentegen hoor je nog veel, omdat het altijd dicht bij de mensen heeft gestaan. Het traditionele instrument is de khaen (soort blaasinstrument). De traditionele dans is de lam wong (koppels dansen in kringen).

Textiel. Laos kent veel weefstijlen. In het zuiden gebruiken ze vaak voetweefgetouwen om zijde te weven. Ze zijn ook gespecialiseerd in tie-dye motieven. Soms worden er kralen gebruikt. In het noordoosten gebruiken ze veel brokaat (zilver- of goudkleurige draden). In centraal Laos wordt meer katoen gebruikt, vaak indogo of tie-dye geverfd. De doeken in het noorden worden vaak met frameweefgetouwen gemaakt. Er wordt veel gebruik gemaakt van natuurlijke kleurstoffen, zoals ebbenhout, tamarinde, rode kleurstof van een insect, kurkuma en indigo.

Literatuur. Het invloedrijkste boek in Laos is de Pha Lak Pha Lam, de Laotiaanse versie van het Indiase epos Ramayana. Ongeveer 900 jaar geleden kwam het met de Hinu Khmer mee op stenen die gebruikt werden voor tempels. Laos heeft ook een eigen geschreven vorm van alle 547 Jakata verhalen in de Pali Tipitaka (kroniek over alle vorige levens van Boeddha). 300 tot 400 jaar geleden zijn daar 30 extra Laotiaans folkloristische verhalen aan toegevoegd. Er is weinig moderne literatuur vanwege de oorlogen.

Naar boven

Omgeving

Het land. Laos is iets groter dan Groot-Brittannië en deelt grenzen met China, Myanmar, Thailand, Cambodja en Vietnam. Laos heeft veel rivieren en bergen. Het is voor 70% bedekt met bergen. De Annamite keten loopt door half Laos. In het midden ligt het Khammuan plateau met kalkstenen grotten en ravijnen. In het zuiden ligt het beroemde Bolaven plateau. Dit is een belangrijk landbouwgebied. In het noorden zijn de berghellingen erg steil. In het noorden hiervan ligt het Xieng Khuang plateau, bekend vanwege de vallei der kruiken. De Mekong bepaalt voor een groot gedeelte de topografie van Laos. Stroomafwaarts is het land vlak en tropisch. Hier wordt de meeste rijst verbouwd. De Mekong levert ook veel vis. In de grootste valleien liggen ook de grootste steden als Vientiane en Savannakhet.

Dieren Veel van de dieren die in Thailand voorkomen, leven ook in Laos. Maar omdat Laos meer bos heeft en minder jacht, zijn de aantallen hoger. Endemische dieren zijn soorten: gibbon, languur, kleine panda, wasbeer, lori, muntjak, zijderat en civetkat. Verder leven er veel dieren die ook in de rest van zuid-oost Azië voorkomen, zoals verschillende makaken en andere apen, siamese haas, vliegende honden en luipaard. In 2 gebieden (ten westen van Vientiane en op het Nakai plateau) leven 200-500 wilde Aziatische olifanten. Er zijn meer olifanten, maar die worden bijv voor de landbouw gebruikt. Verder leven er 6 soorten gifslangen, waaronder de koningscobra. Hoewel er nog steeds nieuwe dieren ontdekt worden, worden veel diersoorten met uitsterven bedreigd door het inkrimpen van het leefgebied.

Planten. De grootste verscheidenheid in flora bevindt zich in moesson bossen. De meeste bomen verliezen hun bladeren in het droogteseizoen. De bossen bestaan uit 3 hoogtelagen. De Annamite keten bevat nog altijdgroene bossen. In het zuiden komen ook nog tropische naaldbossen voor.

Nationale parken. Vanaf 1993 zette de regering 20 nationale parken op dat 14% van het totale landoppervlakte bestrijkt. De meeste parken zijn in het zuiden. De parken zijn geen reservaten, omdat bijv de bomen ook voor het hout gebruikt worden.

Milieu. Het oosten heeft zwaar te lijden gehad door de Tweede Indochinese Oorlog. Nu is er veel houtkap. Laos is heel zuiver en daarom is het milieu heel kwetsbaar als er maar iets gebeurt. De buurlanden echter zijn kwetsbaarder vanwege grotere bevolkingsaantallen. Veel Laotianen halen hun voedsel direct uit de natuur en verbouwen zelf weinig. Er wordt nog wel veel gestroopt door vietnamezen die illegaal de grens over zijn gekomen. Een van de grootste problemen is corruptie in de regels voor bescherming. Op deze manier wordt er bijv weinig tegen het stropen gedaan. De Laotianen zelf hebben weinig besef van natuurbehoud. De regering besteedt te weinig aandacht en geld aan het onderhoud van de parken en er is geen goede communicatie tussen verschillende instanties. Laos moet bij economische groei de natuur in de gaten blijven houden, ookal als de druk van de buurlanden te groot wordt. Dammen kunnen van belang zijn voor de economie, maar bedrijven houden te weinig rekening mee met de gevolgen voor de natuur. Houtkap is ook een groot probleem. In Noord-Laos bijvoorbeeld mogen de Chinezen zoveel hardhout kappen in ruil voor wegenbouw in Laos.

Naar boven

Eten en Drinken

Specialiteiten. In de steden heb je veel keuze in menu's, maar in de rest van het land is de menukaart vrij eentonig. Er worden veel kruiden gebruikt als basilicum, munt, koriander en citroengras. Verder wordt er in het algemeen gegeten: phak (groenten), paa (vis), kai (kip), pet (eend), muu (varken) en siin ngua (rund) of siin khwai (waterbuffel). Er is vooral zoetwatervis, omdat Laos niet aan de zee ligt. In meer afgelegen gebieden eet men ook wild. Van de natuurbehoudorganisaties komt hiertegen weerstand, maar de bevolking heeft niet altijd geld voor een boerderij. Het eten wordt vaak gezout mbv gefermenteerde vis. Op vrijwel elke menukaart zul je laap aantreffen: gehakt, vis of kip, limoensap, knoflook, khao khua (geroosterde rijst), groene uien, munt en chilipepers. Een ander veelvoorkomend gerecht is tam maak-hung of tam som: een pittige, kruidige salade met groene papaya, limoensap, chilipepers, knoflook, paa daek (gefermenteerde vis), nam phak-kaat (gefermenteerde sla) en diverse andere ingrediënten. Het meeste typisch Laotiaanse eten is vrij pittig. Overige gerechten zijn: rijst noedels, naem neuang (gegrillde varkensgehaktballetjes) en yaw (lenterolletjes). Rijst is de basis van elke maaltijd. In de steden kun je Frans stokbrood krijgen bij het ontbijt.

Drinken. Gezuiverd water heet Nam Deum. In restaurants kun je alleen maar gezuiverd water krijgen. De koffie uit Laos is een van de beste van de wereld. Om dit te krijgen en geen Nescafé moet je vragen naar kaa-feh lao of kaa-feh boh-laan. Meestal zit er suiker of zoete gecondenseerde melk in de koffie. Zwarte koffie is kaa-feh dam baw sai nam-taan. In Centraal- en Zuid-Laos wordt de koffie geserveerd met Chinese thee en in het noorden met heet water. Zowel zwarte als groene thee wordt geserveerd in Laos, ook weer met melk en suiker.

Het lokale bier Beerlao (Bia Lao) is heel goed te drinken. Er is ook Heineken te verkrijgen, maar dat is vrij duur. In de laaglanden wordt veel rijst whisky (lao lao) gedronken. In Vientiane is voldoende Franse en Italiaanse wijn verkrijgbaar. In andere steden is het wat minder goed verkrijgbaar. Luang Praban staat bekend om zijn rijstwijn khao kam.

Feestdagen. Tijdens tempelfestivals kun je goed de lokale gerechten proeven. Vaak worden de gerechten door de lokale bevolking thuis gemaakt. Andere gelegenheden zijn tijdens de bootraces in oktober en het Chinese nieuwjaar.

Waar. Je kunt goedkoop eten in noedelrestaurants en op ochtendmarkten. Ook goedkoop zijn de eetcafés. Andere restaurants zijn iets duurder, maar serveren vooral Chinees of Vietnamees eten. Je kunt typisch Laotiaanse restaurants herkennen aan een schaal water bij de ingang waarin je je handen moet wassen. Veel restaurants buiten de steden hebben geen menukaart, dus is het handig als je wat gerechten uit je hoofd kent. Bovendien is er vaak geen Engelstalige menukaart.

Vegetarisch. Het is moeilijk om vegetarisch te eten, omdat er altijd wel een dierproduct in het eten zit. Grotere restaurants in de steden hebben meestal wel een klein vegetarisch menuutje.

Gewoontes. De maaltijd is bijna altijd een sociale aangelegenheid. Vaak worden er meerdere kleine gerechtjes besteld die met elkaar gedeeld worden. Veel gerechten zijn met rijst en worden met de hand gegeten. Eetstokjes krijg je alleen in Chinese restaurants. De gangen worden meestal allemaal tegelijk geserveerd. Daardoor kan het voorkomen dat niet al het eten even warm is.

Klimaat

De moesson bepaalt het klimaat gedurende het jaar. Zo worden er in principe 3 seizoenen gecreëerd. De zuidwester moesson begint in mei en duurt tot november. Hierna volgt er een droogteperiode tot februari. De temperaturen worden lager wat kenmerkend is voor de noordooster moesson. Regenval hangt ook van de hoogte af. In de Mekong vallei kan het erg heet worden, terwijl de temperaturen tot het vriespunt kunnen gaan in de hooglanden.

Temperatuur J F M A M J J A S O N D
 
Luang Prabang 28 32 34 36 35 34 32 32 33 32 29 27
Pakse 31 32 34 35 32 31 30 30 30 31 32 30
Savannakhet 30 31 33 35 33 32 31 31 31 30 30 27
Vientiane 28 30 33 34 32 32 31 31 31 31 29 28

Regenval (mm) J F M A M J J A S O N D
 
Luang Prabang 10 10 25 120 175 170 225 300 175 75 25 10
Pakse 0 5 10 90 210 340 420 500 400 110 10 0
Savannakhet 5 10 15 90 205 200 300 230 240 50 70 5
Vientiane 5 10 40 110 240 260 240 250 460 120 10 5

Naar boven