Galapagos

 

Ecuador

Reisverhalen Home

Ecuador Home
Voorbereidingen
Galapagos
Ecuador Info
Tips
Reisverhaal
Nabeschouwing
Ecuador Links


Gastenboek
Home

Baby
Fotografie
Trouwreportages
Dagje uit
Recepten
Bruiloft

 

Het ontstaan

Toen de Galapagos eilanden ontstonden door vulkanisme, waren er nog geen planten en dieren. De eilanden liggen 1000 km van de kust van Ecuador en daarom moeten de dieren miljoenen jaren geleden de eilanden bereikt hebben door voornamelijk zwemmen en vliegen. Dieren hebben plantenzaden en insecten (of eieren / larven) meegenomen in hun voedsel of vacht. Kleine zoogdieren, landvogels en reptielen kunnen de eilanden ook bereikt hebben via drijfplanten.

De meeste dieren die op de Galapagos voorkomen zijn zeevogels, zeezoogdieren en reptielen. Er zijn geen amfibieën, omdat hun huid niet bestand is tegen het zout van de zee. Er zijn maar enkele soorten landzoogdieren en insecten. De dieren kennen geen natuurlijke vijanden, hoewel ontsnapte huisdieren van de lokale bevolking een bedreiging vormen. Vanwege de evolutie ('survival of the fittest') zijn de dieren zo ontwikkeld en hebben ze zich zo aangepast aan de omgeving dat ze eigenlijk een nieuwe soort vormen. Op verschillende eilanden in verschillende ecosystemen zie je daarom verschillende soorten die afstammen van één soort.

Geschiedenis

In 1535 ontdekte Tomás de Berlanga, bisschop van Panama, per ongeluk de Galapagos eilanden toen hij afdwaalde van de zeeroute tussen Panama en Peru. Hij meldde zijn vondst aan koning Karel V van Spanje en vertelde hem ook over de reuzenschildpadden. Het is niet bekend of de Zuid-Amerikaanse bevolking de eilanden al eerder ontdekt hadden.

De eilanden werden gedurende de 3 volgende eeuwen een thuisbasis voor vissers. De reuzenschildpadden dienden als voedsel. In de 18e eeuw kwamen wetenschappers naar de eilanden. Charles Darwin was de bekendste. Hij kwam in 1835 en verzamelde in 5 weken informatie die later zijn beroemde evolutietheorie zou vormen.

Ecuador lijfde in 1832 de Galapagos Eilanden officieel in. Er woonden nauwelijks mensen en tot 1959 werden er gevangenen ondergebracht. In 1959 werd het een nationaal park en kwam het toerisme langzaam op gang. 

Geografie

De Galapagos zijn geïsoleerde eilanden in de Stille Zuidzee, 1000 km ten westen van de kust van Ecuador. De oppervlakte is 7882 km2. Isla Isabela is het grootste eiland. Er zijn 13 grotere eilanden (variërend van 14 tot 4588 km2), 6 kleinere (1 tot 5 km2) en vele kleinere die nog eens niet allemaal een naam hebben. Het hoogste punt is op Isla Isabela: Volcan Wolf met 1707 m. Veel eilanden hebben 2 of zelfs 3 namen: Spaanse en Engelse uit de koloniale periode en een officiële uit 1892.

Geologie

De Galapagos zijn vulkanische eilanden en het gebied is vulkanisch vrij actief. Daardoor zijn de eilanden continu aan veranderingen onderhevig. De eilanden liggen op de grens tussen de Nazca en de Cocosplaat die van elkaar af bewegen. De eilanden bewegen dan langzaam naar het zuid-oosten Onder de breuklijn liggen zogenaamde stationaire hotspots. Dit betekent dat de delen in het zuid-oosten het oudst zijn. In het noord-westen zijn de vulkanen nog het meest actief. Slechts 1/3 van de vulkanen steekt boven water uit. Het gesteente bestaat voornamelijk uit basalt. Dit betekent dat de lava snel uit de krater is gestroomd, waardoor het oppervlak van de eilanden vrij glad is.

Ecologie

Al vanaf 1934 kregen de Galapagos bescherming van de overheid, maar ze werden pas in 1959 een nationaal park. In 1964 werd het Charles Darwin Research Station opgericht, een internationale niet-overheid organisatie. Samen met de in 1968 door de overheid opgerichte National Park Service beheren ze de Galapagos. In 1986 werd ook het zeegebied rondom de eilanden beschermd.

Toerisme. Vanaf 1960, na de oprichting van het research centrum kwam het toerisme op gang. Nu worden de eilanden door ca 60.000 toeristen per jaar bezocht. Er zijn 2 vliegvelden en zo'n 30 hotels. Er mogen geen nieuwe hotels meer gebouwd worden. Om het toerisme te kunnen ondersteunen, stijgt het aantal bewoners elk jaar met 10%.

Overbevissing. Maatregelen van de overheid in de jaren 90 hielpen niet om de overbevissing tegen te gaan. Miljoenen zeekomkommers werden geëxporteerd, de vinnen van haaien werden afgesneden, zeeleeuwen werden gedood voor aas en kreeft werd gevangen als voedsel voor de toeristen. In 1995 namen boze vissers het station in en dreigden de schildpadden te doden. Ze gijzelden personeel en staken delen van het gebied in brand. Het leger en de Amerikaanse ambassade maakten hier een eind aan. Zo nu en dan laaien er weer protesten op.

Andere problemen. De grootste bedreiging vormen de geïmporteerde dieren, zoals geiten, varkens en ratten. Nieuwe inwoners branden gebieden plat om leefruimte te winnen. In 2001 strandde de olietanker Jessica op de eilanden en verloor ongeveer 150.000 ton olie. Door de zeewind en het tij ging de meeste olie richting zee en bleef een grote ramp uit.

Bescherming. Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten voor Ecuador en het geld kan goed besteed worden aan de bescherming van het gebied. 95% van het hoge entreegeld wordt besteed aan lokale projecten. Alle gidsen zijn gediplomeerd en hebben respect voor de natuur.

Vogels

Zeevogels. Jan-van-Genten (je kunt erg dichtbij komen. De vogels maken grappige bewegingen en kunnen erg goed duiken. Er zijn drie soorten op de Galapagos: blauw-voet, gemaskerde en rood-voet), fregatvogels (goede vliegers, erg grote vleugelspanwijdte. Ze kunnen vanwege de afwezigheid van een olielaag niet duiken en stelen daarom vis van andere vogels in de lucht. Mannetjes hebben een grote rode keelzak die ze op kunnen blazen), lopende aalscholvers (niet-vliegend, komen alleen op de galapagos voor. De oersoort kon waarschijnlijk wel vliegen, maar omdat er geen natuurlijke vijanden waren, werden goede vleugels overbodig. Nu zijn de aalscholvers gestroomlijnd om snel te kunnen zwemmen), pinguïns (de meest noordelijk levende pinguïns. Ze kunnen overleven vanwege een koude golfstroom vanuit Antarctica), albatrossen (ze kunnen jaren op zee blijven zonder een keer het land te raken. Ze zijn de grootste vogels van de Galapagos. Het flirtgedrag is zeer bijzonder), rood-bek keerkringsvogels (geheel wit, met 2 erg lange staartveren), zwaluw-staart meeuwen (grijs met wit en rode poten. De enige nachtmeeuw op aarde), lava meeuw, bruine pelikaan, sternen (vissen vaak samen met pelikanen en stelen zelfs vaak vis uit hun snavels), stormvogels, pijlstormvogels.

Kustvogels. Grote blauwe reigers, zilverreigers, lavareigers (de enige endemische reigersoort), gestreepte reigers, geel-gekroonde nachtreigers, flamingo's, Amerikaanse scholeksters, zwarthals steltlopers, pluvieren, steenlopers, oeverlopers.

Landvogels. Vinken (de bekendste zijn de Darwin vinken. Alle 13 soorten stammen van 1 soort af en mede hierdoor kon Darwin zijn theorie opstellen), roofvogels (Galapagos havik, uilen, rode vliegenvangers, spotvogels, gele fluiters, koekoeken. 

Reptielen

Schildpadden. Reuzenschildpad (ofwel Galapagos. Naar deze schildpadden zijn de eilanden vernoemd. Er zijn 14 soorten met elk een ander schild. Darwin baseerde onder andere hierop zijn evolutietheorie. Vissers hebben veel schilpadden gedood. In het Charles Darwin Research Station is een fokprogramma. De schildpadden kunnen 250 kilo zwaar worden en worden zo'n 150 jaar.

Zeeschildpadden. Lederrugschilpadden, haaklipschildpadden, pacifische groene zeeschilpadden (de enige zeeschildpad die op de Galapagos broedt).

Leguanen (allen endemisch). Zeeleguanen (de enige hagedis die de zee in gaat. Mannetjes zijn zwart, maar worden blauw en rood tijdens de paringstijd. Ze zijn ongeveer 1 meter groot), Galapagos landleguanen, Santa Fe landleguanen.

Andere reptielen. Lavahagedissen (7 soorten), gekko's (kan tegen muren en plafonds an klimmen), Galapagos slang.

Zoogdieren

Zeehonden. Galapagos zeeleeuwen (zeer veel aanwezig. Mannetjes kunnen soms agressief zijn en zwemmers het water uit jagen. Vrouwtjes en jongen zijn erg nieuwsgierig en zullen met je willen spelen tijdens het snorkelen. Dominante mannetjes hebben een strand met een aantal vrouwtjes. Tijdens de paartijd eet en slaapt hij weinig om zijn gebied goed te kunnen beschermen), Galapagos pelsrobben (zeldzamer. Vanwege het bont is er vroeger veel op ze gejaagd).

Walvissen en dolfijnen. Walvissen (7 soorten), dolfijnen (1 soort. Ze zijn vaak te zien als ze op de golven van de boten zwemmen).

Vissen

Er zijn 400 soorten bekend, waarvan er 50 endemisch zijn. Haaien zijn te zien tijdens het snorkelen, maar vallen nooit mensen aan. Er zijn ook roggen te zien. Pijlstaartroggen houden zich schuil onder het zand, dus als je het water in gaat, moet je eerst het zand opschudden, zodat de roggen schrikken en jij er niet op kan gaan staan.

Ongewervelden

Mosselen, krabben (zoals de Sally Lightfoot), kreeften, kwallen, zeeanemonen, zeesterren, zee-egels, zeekomkommers.

Naar boven